Wat is tying-up?

Tying-up (of spierbevangenheid) is een verschijnsel waarbij een te grote ophoping van melkzuur in de spieren leidt tot een drastische daling in het prestatievermogen  en stijfheid van het paard. De wijze waarop en intensiteit waarmee spierbevangenheid ontstaat, is sterk afhankelijk van het paard zelf, de training, de omgevingsfactoren en het rantsoen.
 
De belangrijkste oorzaken van spierbevangenheid:
  • Paarden die dagelijks werken en dan plots een dag stil komen te staan (de zogenaamde maandagziekte) waarbij wel de volle hoeveelheid krachtvoer wordt gegeven. Dit wordt inderdaad veroorzaakt door een te grote ophoping van glycogeen, die het dier niet kwijt kan. Beste kan men om dit te voorkomen op rustdagen de  hoeveelheid krachtvoer verminderen. Uiteraard blijft de ruwvoerbehoefte. Sommige rassen zijn gevoeliger voor bevangenheid dan andere rassen. Belangrijk is dat deze dieren in het algeheel minder zetmeel binnen krijgen.
  • Een andere oorzaak komt voor bij sportpaarden die flink moeten presteren, met name explosieve krachten moeten leveren. Normaal vindt in de spiercellen glucose verbranding plaats door middel van zuurstof. Wanneer de glucose voorraad op is in de spiercellen (opgestapeld in de vorm van glycogeen), gaat het lichaam over op een andere manier van verbranding, namelijk verbranding zonder zuurstof. Hierbij komen bepaalde stoffen vrij (oa melkzuur) die moeten worden afgevoerd (o.a. door middel van goede cooling down). Gebeurt dit te weinig of niet dan kan het paard ook bevangen worden.
    Hoe groter de glycogeen voorraad in de cel, des te langer duurt het voordat het mechanisme op zuurstofarme verbranding overgaat.  Deze voorraad-capaciteit hangt af van de voeding en van de training. Training maakt de spiercellen groterDe juiste voeding moet de voorraad weer aanvullen (glucogene energie).
  • Soms komt vitamine E tekort voor als oorzaak van spierbevangenheid. Ook bepaalde mineralen en spoorelementenkunnen bijdrage leveren aan het ontstaan van bevangenheid.
 
Qua rantsoen komt het er eenvoudig op neer dat zowel een energieoverschot als een tekort tot bevangenheid kunnen leiden. Met het oog op het rantsoen is het daarom belangrijk dat voeding (energieopname) en energieverbruik goed op elkaar zijn afgesteld.
 
Bovendien is spierbevangenheid goed te voorkomen door een goede warming-up en cooling-down en door het paard in de training niet te overvragen.